Tafeltennis of pingpong, heeft - zoals de naam reeds doet vermoeden - heel wat weg van tennis. Het doel van dit spel is de bal over het net te slaan op de tafelhelft van de tegenstander, op zo'n manier dat deze de bal niet correct kan terugslaan.
Inhoud |
Tafeltennis komt in zes vormen voor:
- mannen enkelspel
- vrouwen enkelspel
- gemengd enkelspel (valt dikwijls gewoon onder de "heren"-competitie)
- mannen dubbelspel
- vrouwen dubbelspel
- gemengd dubbelspel
bewerk Geschiedenis
De ontstaansgeschiedenis van Tafeltennis is alleen te zien in samenhang met andere takken van sport, vooral tennis. Net als bij vele sporten, begon tafeltennis als een sociaal verzetje; het werd vermoedelijk voor het eerst gespeeld - met geïmproviseerd materiaal - in Engeland, ergens in het einde van de 19e eeuw. Tafeltennis is, net als badminton en het huidige tennis, afkomstig van het middeleeuwse tennis. Tafeltennis was al populair in de vorige eeuw. In Engeland werd in 1884 octrooi verleend op de naam "Miniature-Indoor-Tennis-Game". Dit spel werd gespeeld met een kleine gummibal (met lucht gevuld). Het spel was ook al vroeg geïntroduceerd in de Verenigde Staten en het is mogelijk dat het eerste materiaal al in 1887 vervaardigd werd. In 1890 werd de celluloidbal 'uitgevonden' door de Engelse ingenieur James Gibb. Rond 1900 was het spel bekend onder de huidige namen ("tafeltennis" en "ping-pong"), en verschillende merknamen als "Gossima", "Flim-Flam", "Pim-Pam" (Frankrijk) en "Whiff-Whaff" (Amerika). In 1926 is de ITTF (International Table Tennis Federation) gevormd in Berlijn met Denemarken, Duitsland, Engeland, Hongarije, India, Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije, Wales en Zweden als leden. Later dat jaar werd de USA ook lid.
Voor degene die graag records verbreken, het langste punt dateert van 1936, er werd toen 2 uur om 1 punt gestreden. De langste partij ooit (datum onbekend) duurde meer dan 7 uur en werd nooit afgespeeld… Vanaf toen werd de tijdregel ingevoerd[bron?].
bewerk Spelregels
- Opslag
Voor een goede opslag, ook wel service, dient de bal onbeweeglijk op de open en vlakke handpalm te liggen, waarna deze zo recht mogelijk ten minste 16cm omhoog geworpen moet worden.
Nadat de bal het hoogste punt heeft bereikt moet deze zo geslagen worden dat hij eerst het eigen speelveld raakt, over het net heengaat zonder dit te raken, en daarna het speelvlak van de tegenstander raakt. Indien de bal toch het net raakt, en deze toch nog juist terechtkomt, moet de service opnieuw gedaan worden. Bij een service die de overkant van de tafel niet correct haalt, wordt meteen een punt toegekend aan de tegenstander, zonder eerste fout. Opslagen moeten van achter (het verlengde van de) eindlijn gebeuren en het zicht op de bal mag tijdens de opslag niet geblokkeerd worden voor de tegenstander, de scheidsrechter of de eventuele tweede scheidsrechter. Telkens wanneer er in een set twee punten gescoord zijn, wisselt de service van speler (of team).
- Game
De speler die als eerste 11 punten behaalt wint de game, behalve bij een gelijke stand van 10-10, dan dienen de spelers om beurt te serveren. De eerste speler die dan 2 punten meer heeft dan zijn tegenstander wint de game. Aan het eind van elke game ruilen de spelers van speelhelft. Diegene die in vorige game als eerste serveerde zal nu als eerste ontvangen. Meestal wordt gespeeld tot een speler drie (of soms vier) games heeft gewonnen, al naargelang het niveau van de competitie. In de laatste game (vijfde in best-of-five, zevende in best-of seven) wordt nogmaals van speelhelft gewisseld wanneer een speler vijf punten heeft behaald.
- Dubbel
In het dubbel dienen de spelers om de beurt te slaan (dus niet zoals bij tennis waar de spelers de keuze hebben) en na het bepalen van de eerste serveerder en eerste ontvanger ligt de service/ontvangstvolgorde vast (2x ontvangen, dan 2x serveren, dan de medespeler). De service dient diagonaal van de rechterhelft van de eigen kant van de tafel naar de andere kant te gaan. Na elke set verandert niet alleen de eerste serveerder maar ook de ontvanger. (Stel: spelers A+B spelen tegen X+Y en A serveerde naar speler X in de vorige set, dan serveert deze nu naar speler Y). In een eventuele 5de of 7de set wisselen de beide teams weer van kant. De speler die normaal aan opslag zou zijn blijft aan opslag maar de ontvangers wisselen. Op het moment dat een team of speler 5 punten behaald wisselen beide spelers of beide teams van kant.(Indien normaal speler X moest ontvangen, ontvangt speler Y nu.)
- Team (landenwedstrijd)
(Landen)teams komen ook tegen elkaar uit. Elk team bestaat uit drie spelers en er worden maximaal vijf wedstrijden gespeeld, waarvan één wedstrijd een dubbel is. Elke speler mag maximaal twee wedstrijden spelen. Eerst worden twee enkelspelen gespeeld, dan het dubbel en tot slot weer twee enkelspelen. Wanneer een team drie wedstrijden heeft gewonnen, is de ontmoeting afgelopen.
bewerk Materiaal
- Tafel
De tafeltennistafel, gelijk aan het speelvlak, heeft een lengte van 274 centimeter en een breedte van 152,5 centimeter. Het tafelblad, 76 centimeter boven de vloer, is door een net van 15,25 centimeter hoog verdeeld in 2 gelijke vlakken. Ten behoeve van het dubbelspel is bovendien elk van deze vlakken opgesplitst in nogmaals 2 vlakken door middel van een 3 millimeter brede witte middellijn. Rondom het speelvlak is een 2 cm brede witte lijn aangebracht.
- Bat
Iedere speler heeft een houten bat (in België doorgaans palet genoemd) dat dienst doet als slaghout. Het bat is doorgaans bekleed met rubber aan beide zijden (rood en zwart), om de bal effect te kunnen meegeven. Dit effect wordt spin genoemd. Overigens verkiezen sommige spelers, met name Aziatische met een penhoudergreep, slechts één rubber. Wel dient dan de andere kant van het bat in de 'andere' kleur geverfd te zijn. Er zijn verschillende soorten rubber op de markt. Eerst en vooral de vlakke, platte, rubber en dan rubber met 'noppen' erop. Hierin wordt het onderscheid gemaakt tussen korte en lange noppen. De lange noppen hebben als uitwerking dat bij elke slag het effect van de tegenstander omgedraaid wordt. De korte noppen zijn vooral spel verstorend bedoeld en hebben een minder eenduidige uitwerking. Ook heb je rubbers die wel vlak zijn, maar een uitwerking hebben vergelijkbaar met lange noppen. Deze rubbers heten 'anti' rubbers.
- Greep
Er bestaan in totaal drie soorten grepen: 1. de shakehandgreep 2. De Japanse penhoudergreep 3. de Chinese penhoudergreep. 1.In de Europese landen wordt het palet meestal vastgehouden zoals kleine kindjes een geweertje vormen met hun hand. De pink, ringvinger en middenvinger zijn rond het houtje, de wijsvinger ligt langs de ene kant op de rubber en de duim aan de andere kant op de rubber. 2.In andere landen, vooral China, houdt men het paletje vast als een pen, ook wel de penhoudergreep genoemd. Duim en wijsvinger komen hier aan dezelfde kant tegen het rubber. Deze greep houdt ook in dat er maar met één kant van het palet gespeeld wordt, men heeft dan ook vaak slechts 1 rubber op zijn batje/palet. De houten kant van de palet moet dan echter wel geverfd zijn in het rood/zwart, afhankelijk van welke kleur de rubber heeft.
- Bal
De bal kan verschillende kleuren hebben maar wel slechts één kleur. De meest voorkomende zijn wit, geel en oranje. De diameter van de bal bedraagt 40mm. Deze is onlangs veranderd van 38mm naar 40mm (en dus vergroot) om het speltempo wat te vertragen en de sport zo aangenamer te maken voor de kijker. Een balletje met een diameter van 40mm weegt 2,7 gram.
bewerk Effecten
Bij tafeltennis speelt het effect een erg grote rol (waarschijnlijk meer dan bij enig andere sport); de bal is licht en de meeste rubbers stroef. De volgende lijst behandelt de verschillende effecten apart hoewel ze in de praktijk vaak tegelijkertijd aanwezig zijn (bv. zijtopspin).
- Backspin: De rotatie-energie wordt bij het raken van het bat van de tegenstander omgezet in snelheid omlaag. De bal kan daardoor in het net gaan. Een bal met deze rotatie zou op de tafel naar je toe rollen. Dit effect wordt bereikt door te 'kappen' d.w.z. onder de bal een beweging weg van het lichaam te maken of achter de bal naar beneden.
- Topspin: De rotatie-energie wordt bij het raken van het bat van de tegenstander omgezet in snelheid omhoog. De bal kan daardoor over de tafel gaan. Een bal met deze rotatie zou op de tafel van je weg rollen. Dit effect wordt bereikt door een goede aanval.
- Zijspin: De bal draait zijwaarts (komt vooral bij de service voor, maar bij lange rally's wordt er ook gebruik van gemaakt). De rotatie-energie wordt bij het raken van het bat van de tegenstander omgezet in snelheid naar links of naar rechts. De bal kan daardoor naast de tafel gaan. Een bal met deze rotatie zou op de tafel op dezelfde plek blijven liggen (dit wordt vaak gebruikt om te controleren of de bal wel precies rond is).
- Blokken: Je slaat nu eigenlijk recht tegen de bal aan. Blokken doe je op een topspin-bal. Als er weinig topspin in de bal zit, kun je je batje vrij open houden. Maar hoe meer topspin er in de bal zit, hoe meer je je batje zal moeten sluiten. Ook kun je je batje helemaal stil houden bij het blokken. Dit noem je passief blokken. Maar als je ook een beetje een beweging naar voren maakt, is het actief blokken. De bal komt dan sneller weer bij je tegenstander.
Natuurlijk is het ook mogelijk om de bal zonder effect te slaan. Ook kunnen er combinaties van effecten gespeeld worden. Topspin kan gebruikt worden op backspin omdat het het effect neutraliseert. Zo kan men op een geduwde bal (backspin) overgaan naar een topspin. Duwen op een bal met zijspin of topspin is echter niet zo verstandig omdat de bal dan veel te hoog of naast de tafel gaat. Een betere oplossing is om te topspinnen op een bal met zijeffect en zo lang mogelijk te wachten met de bal te slaan (zo verzwakt het effect een beetje) Om een effect te creëren moet de bal op een bepaalde manier geraakt worden. Dit is voor elk effect verschillend. Goede tafeltennissers kunnen deze effecten (voornamelijk bij de service) op elkaar laten lijken, met als doel de tegenstander zich doen vergissen in het soort effect dat wordt gegeven. Als dit slaagt, zal deze waarschijnlijk missen.
bewerk Olympische Spelen
Sinds 1988 is tafeltennis een olympische sport. Tot en met de Olympische Spelen van 2004 werd gestreden in het enkelspel en dubbelspel. Vanaf Peking 2008 is het dubbelspel vervangen door de landenwedstrijd.
bewerk Competities en kampioenschappen
De Europese kampioenschappen tafeltennis worden sinds 1958 georganiseerd. Vanaf 2008 zullen de EK jaarlijks worden gehouden.
De Europa Top-12 is het belangrijkste tafeltennistoernooi voor de Europese spelers. Daarnaast is ook de European Champions League en belangrijk toernooi voor clubteams.
De wereldkampioenschappen tafeltennis worden jaarlijks georganiseerd, met dien verstande dat in de even jaren de WK voor landenteams worden georganiseerd en in oneven jaren de WK voor individuele tafeltennissers.
bewerk Tafeltennisorganisaties
- VTTL Vlaamse Tafeltennis Liga
- NTTB Nederlandse Tafeltennis Bond
- ITTF International Table Tennis Federation (en)
- SPORCREA Federatie voor recreatieve sporters (Vlaanderen)
- WUTTO Organisatie voor tafeltennis met standaard bats
bewerk Externe links
- Volledige spelregels tafeltennis
- TTNieuws Website met actueel tafeltennisnieuws gericht op Nederland
- Tafeltennisactua.be Website met actueel tafeltennisnieuws gericht op België
bewerk Zie ook
| Olympische sporten | |
|---|---|
|
Olympische zomersporten Olympische wintersporten Voormalige Olympische sporten |
|
