| De neutraliteit van dit artikel wordt betwist. Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie. |
![]() |
|||
| Riffijnen (geel) in Noordwest Afrika | |||
| Totale bevolking | 4,7 miljoen | ||
| Verspreiding | Marokko (3,8 miljoen) Algerije (660.000) Nederland (150.000) Frankrijk (120.000) |
||
| Taal | Tarifiet | ||
| Geloof | Islam | ||
| Verwante groepen | Berbers | ||
|
|||
Riffijnen zijn de bewoners van de Rifstreek in het noorden van Marokko. De Rifstreek is het Tamazight (Berber) sprekende deel van het Rifgebergte, dit is de omgeving van de steden Al Hoceima, Nador en Aknoul. De Riffijnen spreken het Tarifiet, een Berbertaal. Zij wisten kortstondig een Rif-Republiek te stichten onder leiding van vrijheidsstrijder Mohammed Abdelkrim El Khattabi ten tijde van de Rifoorlog (1921-1926).
bewerk Geschiedenis
Vanaf de late Middeleeuwen tot in de late negentiende eeuw waren de Riffijnen bekende zeevaarders. Hun schepen voeren tot aan IJsland en het Caraïbisch gebied. Zoals vanuit heel het Noordwesten van Afrika opereerden ook vanuit de Rifstreek "Barbarijse zeerovers". De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden sloot via de sultan een verdrag met de Riffijnen tegen de Spanjaarden. Later in 1830, braken de Fransen het verzet door de bey van Algiers tot overgave te dwingen. In de decennia daarna kon de coalitie van Arabische heersers, Fransen, Spanjaarden en Britten de Berbers definitief de kop indrukken, alhoewel Duitsland probeerde de Riffijnen voor hun politiek in te zetten (zie Kanonneerbootincident 1908).
Na de Rifoorlog van 1920 - 1926 en de korte periode van de Rif-Republiek verloren de Riffijnen hun relatieve zelfstandigheid.
Na de onafhankelijkheid van Marokko (1958) hadden de Riffijnen het zwaar te verduren. Zo werden de officiële talen Tarifit en Spaans vervangen door twee vreemde talen, het Frans en Arabisch. De situatie van de Riffijnen verslechterde met de dag.
De Riffijnen kwamen in 1958 in opstand tegen het centraal gezag omdat Marokko hun beloftes niet waar hebben gemaakt. Dit omdat de situatie alleen maar is verslechterd (inmiddels 2 jaar na de Onafhankelijkheidsdag). Die opstand, ook wel bekend als het jaar van legerhelmen (äem n Ikebaan), werd bloedig neergeslagen onder leiding van kroonprins Hassan en generaal Oufkir. 80% van de totale beschikbare Marokkaanse soldaten deden mee aan de gruwelijke slachtingen onder de Riffijnse Berbers. Het exacte dodental is nooit vrijgegeven, het aantal doden wordt geschat in de duizenden doden.
Ook in 1984 vonden veel Riffijnen de dood omdat een studentenopstand bloedig werd neergeslagen. Ook in het overige deel van Marokko vonden er studentenopstanden plaats. Deze werden ook met harde hand neergeslagen maar lang zo erg niet als wat er in Al Hoceima en Nador gaande was.
Eind jaren 60 begonnen Europese landen arbeiders te werven uit de Rifstreek. Koning Hassan gaf toestemming om Riffijnen die kant op te sturen omdat hij de Riffijnen zag als onruststokers. Hierdoor is ruim 80% van de Marokkanen in Nederland en België van Riffijnse afkomst.
Lijst Riffijnse stammen:
- Aith Wayagher
- Ikerghiyen
- Aith Temsamane
- Ighzinnayen
- Aith Touzine
- Ibbequyen
- Aith Iznassen
- Aith Bu Frah
- Mtiwa
- Aith Mazdui
- Aith Yittift
- Beni Ghmil
- Aith Ammarth
- Ibdarsen
- Aith Wurishek
- Tafarsite
- Aith Saied
- Ikebdanen
- Ait Aross
bewerk Voorgaande problemen
Tegenwoordig kampen de Riffijnen met veel problemen. Hun taal, het Tarifiet (een dialect van het Tamazight) wordt niet erkend, velen zijn niet op de hoogte van hun identiteit daarom zijn ze een goede prooi voor extremisten, er is geen medium zoals een televisiekanaal, de Marokkaanse overheid gaat nog steeds door met het marginaliseren van het gebied, de Arabisering van de bevolking gaat in een rap tempo, er wordt niet geïnvesteerd in de Rif, de infrastructuur van Rif stamt uit de tijd van de Spaanse bezetting (1912-1956).
bewerk Hedendaagse problemen
In Nederland en België gaat het laatste tijd niet al te best met de Riffijnse bevolking. Er zijn veel laagopgeleide werklozen onder de Riffijnen alhoewel er ook hoogopgeleidenen tussen zitten. In Nederland en België, waar veel Riffijnen wonen, is er geen specifiek beleid van overheden of andere instituties om deze bevolkingsgroep in hun eigen taal te bedienen, al zetten lokale overheden vaak twee- of meertalige tweede en derde generatie Riffijnen in om de dienstverlening aan die groep op een aanvaardbaar niveau te houden. Ook een specifiek cultureel beleid is er niet, zelfs niet als onderdeel van een emancipatiebeleid. Sommige Riffijnen lijden onder dit door hen als miskenning ervaren gebrek aan aandacht voor hun taalkundige, culturele en geschiedkundige achtergronden.

