|
|
|
|
|
|
| Regio | Höfuðborgarsvæðið |
| Coördinaten | 64°08'N 21°56'W |
|
|
|
| Oppervlakte | 274.5 km² |
| Inwoners (2007) | 117.721 |
| Reykjavík gezien vanaf de Hallgrímskirkja | |
|
|
|
Reykjavik (IJslands: Reykjavík) is de hoofdstad van IJsland. Het is de meest westelijk gelegen hoofdstad van Europa en 's werelds meest noordelijke hoofdstad. De geografische ligging is 64°08' noorderbreedte en 21°56' westerlengte, d.w.z. vlak onder de poolcirkel (66°30' noorderbreedte).
Reykjavik ligt in zuidwest-IJsland in de gemeente Reykjavíkurborg aan de fjord Kollafjörður, een uitloper van de grote baai Faxaflói. In de fjord liggen zes kleine eilanden: Viðey, Engey, Þerney, Akurey, Lundey ("papegaaiduikereiland") en Grotta. Het schiereiland Geldinganes is met een heel smalle landtong aan het vasteland verbonden. De stad zelf ligt voornamelijk op het schiereiland Seltjarnarnes. De voorsteden liggen voornamelijk ten zuiden en oosten daarvan.
Reykjavik is over een groot gebied uitgespreid. Hoogbouw komt voor, maar laagbouw en weids opgezette woonwijken domineren en er zijn meerdere plekken onbebouwd voor recreatieve doeleinden. De grootste rivier die door de stad loopt is de Elliðaá. Deze behoort tot de top tien van de beste zalmrivieren van IJsland en is voor boten onbevaarbaar. Reykjavik ligt ten zuiden van de berg Esja, die de stad tegen de koude noordelijke winden beschermt. De inwoners zijn voornamelijk werkzaam in de visserij en fabrieksindustrie, naast de gebruikelijke handel en dienstverlening die hoofdsteden eigen is. Verder is er een grote variëteit aan lichte industrie. Reykjavik is het landelijk centrum voor handel en transport, overheidsinstellingen, onderwijs en sociale en gezondheidsdiensten, en is ook een van de belangrijkste vissershavens van het land.
Inhoud |
bewerk Geschiedenis
Toen Ingólfur Arnarson (de eerste kolonist die zich permanent op IJsland zou gaan vestigen) de zuidkust van IJsland naderde, gooide hij, naar destijds vigerend heidens gebruik, twee heilige, aan de Noorse god Þor (ofwel Thor) gewijde houten balken (de Öndvegissúlur) overboord en zwoer dat hij zijn boerderij zou bouwen op de plaats waar ze aan land zouden spoelen. Zijn slaven vonden ze een paar jaar later terug aan de zuidoostkust van de baai Faxaflói. Hij vestigde zich er omstreeks 877. Hij noemde de plek Reykjavík (Rookbaai), omdat hij stoom zag oprijzen uit de hete bronnen in de omgeving (reykur betekent rook, að reykja roken en vík is kleine baai of inham). De boerderij van Íngólfur stond waarschijnlijk ongeveer op de plek tussen het tegenwoordige stadhuis en de oude haven. Aan de Aðalstræti bevindt zich nu een put waarvan gedacht wordt dat Ingólfur op die plaats zijn water haalde. Een standbeeld van hem is te zien bij Lækjartorg. Een fenomeen dat nu op de geothermische activiteit van het gebied wijst is de trendy winkelstraat Laugavegur (weg van de warme bronnen): deze is dankzij "vloerverwarming" midden in de winter sneeuw- en ijsvrij. De kolonisatie van IJsland wordt uitvoerig beschreven in het oude IJslandse Landnámabók ("Boek der Landname"), en het stichten van de eerste nederzetting wordt ook genoemd in het Íslendingabók ("Boek van de IJslanders"). Verder wordt Reykjavik in de middeleeuwse IJslandse literatuur eigenlijk niet genoemd, behalve her en der als landbouwgrond of als woonoord (zie bijvoorbeeld hoofdstuk 10 in de Holmsveria saga ofwel de saga van Hord).
| 1801 | 600 |
|---|---|
| 1860 | 1.450 |
| 1901 | 6.321 |
| 1910 | 11.449 |
| 1920 | 17.450 |
| 1930 | 28.052 |
| 1940 | 38.308 |
| 1950 | 55.980 |
| 1960 | 72.407 |
| 1970 | 81.693 |
| 1980 | 83.766 |
| 1985 | 89.868 |
| 1990 | 97.569 |
| 1995 | 104.258 |
| 2000 | 110.852 |
| 2005 | 114.800 |
| 2006 | 115.420 |
Reykjavik bestond aanvankelijk als een dorp uit een handvol boerderijen, maar rond het midden van de 19e eeuw begon deze kleine gemeenschap zich uit te breiden rond de wolververij en -weverij en touwfabriek van sheriff Skúli Magnússon (wiens standbeeld op de hoek van de Aðalstræti en Kirkjustræti staat). Toen Reykjavík in 1786 stadsrechten kreeg, waren er ongeveer 170 inwoners. Hierna groeide het stadje langzaam maar zeker en binnen een paar decennia verhuisden de regeringszetels en de onderwijsinstanties erheen (of werden er ingesteld), zoals het Alþing (parlement) van þingvellir, het hooggerechtshof, de bisschopszetel, de Latijnse school en de theologische school. In 1844 werd de enige drukpers in het land verplaatst van het eilandje Viðey naar Reykjavik. De universiteit van IJsland werd in 1911 in Reykjavik opgericht. In 1900 waren er ruim 6300 inwoners. De groei van de stad heeft voor het merendeel in de 20e eeuw plaatsgevonden, met name sinds de Tweede Wereldoorlog. Op 1 december 2005 waren er in Reykjavik zelf 114.800 inwoners op een oppervlakte van 275 km². In 'Groot-Reykjavik' (Reykjavik inclusief de 6 voorsteden Mosfellsbær, Seltjarnarnes, Kópavogur, Garðabær, Bessastaðahreppur (of Sveitafélagið Álftanes) en Hafnarfjörður; 994 km²) woonden er 183.845. Dat waren destijds dus 38,8% respectievelijk 62,7% van de totale bevolking van IJsland (293.291). In januari 2006 is het inwonertal bevolking van IJsland de grens van 300.000 gepasseerd. Reykjavík zelf bestaat per 16 juni 2003 uit tien wijken: Vesturbær, Miðborg, Hliðar, Laugardalur, Háaleiti, Grafavogur, Breiðholt, Árbær, Úlfarsfell en Kjalanes, elk met zijn eigen wijkraad.
Reykjavik heeft een moderne, 20e-eeuwse kerk, de Hallgrímskirkja, die uittorent boven de stad. Deze kerk behoort tot de Evangelisch-Lutherse Kerk (Nationale Kerk van IJsland of Volkskerk), waartoe 93 % van de bevolking behoort. Dit kerkgebouw is vernoemd naar Hallgrímur Pétursson (1614-1675), de grootste hymnenschrijver van het land, wiens werk nog vaak ten gehore wordt gebracht. De architect van de kerk, Guðjón Samúelsson, heeft zich laten inspireren door de grote basaltpartijen die op IJsland te vinden zijn. De bouw heeft maar liefst 49 jaar geduurd. In 1986 was de kerk gereed. De grote klok in de toren draagt de tekst Eysbouts Atensis me fecit en is gegoten door de firma Eysbouts uit Asten.
Sinds 1968 is Reykjavik de zetel van het bisdom Reykjavik, een immediaat bisdom van de Rooms-katholieke Kerk, waartoe 3 % van de bevolking behoort. Van 1996 tot 2007 stond dit onder leiding van de Limburgse bisschop Joannes Matthijs Gijsen. De kathedrale kerk werd gebouwd in de jaren 1920 als vervanging van een in 1897 gebouwd kerkgebouw en bevat o.a. een uit de 14e eeuw daterend Mariabeeld en houtsnijwerk van de IJslandse kunstenaar Ríkhardur Jónsson. De grote klok in de toren is ook gegoten bij de Nederlandse klokkenmaker Eijsbouts in Asten.
In 1977 vond in Reykjavik het Universeel Esperantocongres plaats met 1199 bezoekers.
In 1986 vonden in Reykjavik de besprekingen plaats waarin president Ronald Reagan van de Verenigde Staten van Amerika en zijn collega Mikhail Gorbatsjov van de toenmalige Sovjet-Unie het einde bezegelden van de koude oorlog.
bewerk Transport
Reykjavik heeft twee luchthavens:
- één vlak bij het centrum van Reykjavik voor vluchten naar binnenlandse bestemmingen en vluchten naar Groenland en de Faeröereilanden (Reykjavíkurflugvöllur);
- de luchthaven Keflavik, ongeveer 50 km ten zuidwesten van Reykjavik op het schiereiland Reykjanes, die voor internationale vluchten naar de Verenigde Staten en Europa wordt gebruikt (Keflavíkurflugvöllur).
Reykjavik heeft twee havens:
- de oude haven Sæbraut vlak bij het centrum voor de vissersvloot, voor cruiseschepen en dagtochtschepen (bijvoorbeeld voor walvissafari's of voor het bekijken van papegaaiduikers op het eilandje Lundey vlak voor de kust);
- Sundahöfn, de grootste vrachttransportterminal van het land.
Het openbaar vervoer wordt verzorgd door stadsbussen (Strætó), een goed uitgerust en eenvoudig te doorgronden (ook voor toeristen) netwerk van buslijnen die het busstation Hlemmur in het stadscentrum verbinden met alle uithoeken van de voorsteden. Omdat Reykjavik zelf "autovriendelijk" is, geniet de stadsbus vooralsnog geen grote populariteit bij de inwoners zelf. Sommige autobussen rijden op waterstof als brandstof. Naast één van de uitvalswegen naar de rondweg (IJslands: Hringvegur) liggen de waterstoftanks.
IJsland kent geen railvervoer en een spoorwegstation heeft Reykjavik dus niet. Wel is er een tweede busstation voor de verbindingen van Reykjavik met de rest van IJsland, de BSÍ Umferðarmiðstöðin aan de Vatnsmýrarvegur, niet ver van de luchthaven Reykjavik. Met uitzondering van de busdiensten naar de internationale luchthaven Keflavik zijn de busdiensten buiten het zomerseizoen niet frequent. In de zomermaanden vertrekken vanaf hier ook de bussen voor excursies.
bewerk Interessante plaatsen
- Þjóðminjasafnið: Nationaal Volksmuseum met vondsten uit de Vikingtijd, klederdracht etc.
- Þjóðmenningarhúsið: Museum met originele IJslandse manuscripten, zoals het Flateyjarbók, de Edda, het Íslendingabók en saga's. Ook het Landnámabók wordt er bewaard. Daarnaast zijn er wisselende exposities.
- Árbæjarsafn: openluchtmuseum.
- Ráðhus Reykjavíkur: het raadhuis met een reliëfkaart van IJsland.
- Alþinggishúsið: het parlementsgebouw.
- Árni Magnússon Manuscript Institute: onderzoekt en beheert oude IJslandse manuscripten.
- Hallgrímskirkja: skyline dominerende kerk met een magnifiek uitzicht.
- Perlan: (exclusief) restaurant met panoramisch uitzicht (vrije toegang) bovenop de warmwateropslagtanks.
- Reykjavík 871 ± 2: Museum en expositie over de kolonisatie van het gebied rond Reykjavík, de Landnámssýningin. Dit museum omvat de originele fundamenten van een langhuis, en is voorgedragen als het mooiste museum ter wereld in 2008.
- Laugavegur: winkelstraat.
- Tjörnin: fraaie vijver met vele soorten eenden en ganzen.
- Höfði: het witte huis uit 1909 waar Reagan en Gorbatsjov in 1986 het einde bezegelden van de koude oorlog.
bewerk Standbeelden
- Leifur Eiríksson (voor de Hallgrímskirkja), eerste kolonist van Amerika.
- Ingólfur Arnarson (vlak bij Lækjartorg), eerste kolonist van IJsland.
- Jón Sigursson (Austervöller plein), leider van de IJslandse onafhankelijkheidsbeweging.
- Skúli Magnússon (hoek Aðalstræti en Kirkjustræti), de "vader van Reykjavik".
- Útlaginn (vlak bij de Universiteit): De vogelvrijverklaarde (een kopie staat in Akureyri).
- Sæmunder Sigfússon (voor de Universiteit): geleerde.
- "De ambtenaar" (achter Hótel Borg).
- "De waterdraagster".
bewerk Stedenbanden
Seattle (Verenigde Staten)
bewerk Geboren in Reykjavik
- Örn Arnarson (31 augustus 1981), IJslands zwemmer
- Unnur Birna Vilhjálmsdóttir (25 mei 1984), Miss World 2005
- Eidur Gudjohnsen (15 september 1978), voetballer
- Björk Guðmundsdóttir, (21 november 1965), zangeres/songwriter
- Arnaldur Indriðason (8 januari 1961), auteur van detectiveromans
- Halldór Laxness (23 april 1902), auteur, Nobelprijswinnaar
- Einar Örn Benediktsson (29 oktober 1962), zanger en trompettist
- Emiliana Torrini (16 mei 1970), zangeres/songwriter
- Bjarni Viðarsson (5 maart 1988), voetballer (FC Twente)
- Arnar Viðarsson (15 maart 1978), voetballer (De Graafschap)
- Jón Páll Sigmarsson (28 juni 1960 - 16 januari 1993), "sterkste man ter wereld" (1984, 1986, 1988 en 1990).
bewerk Overleden in Reykjavik
- Jón Leifs (30 juli 1968), IJslands componist en dirigent
- Jón Páll Sigmarsson (28 juni 1960 - 16 januari 1993), IJslandse gewichtheffer
- Bobby Fischer (17 januari 2008), Amerikaans schaakkampioen.
bewerk Bronnen
| Hoofdsteden in Europa | |
|---|---|
|
Amsterdam · Andorra la Vella · Athene · Belgrado · Berlijn · Bern · Boedapest · Boekarest · Bratislava · Brussel · Chisinau · Dublin · Helsinki · Kiev · Kopenhagen · Ljubljana · Londen · |
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden in de categorie Reykjavík van Wikimedia Commons. |
