De Irakoorlog


Voor de oorlog

Operatie Desert Storm
11 september 2001
Oorlog tegen het terrorisme
Oorlog in Afghanistan
Ontwapeningscrisis

Invasie

Coalition of the Willing
Stabilisation Force Iraq

Na de oorlog

Coalition Provisional Authority
50 meest gezochte Irakezen
Abu Ghraib-gevangenis
Strafproces Saddam Hoessein
Opstanden in Irak sinds 2003

Overige

Plamegate

Overzicht

Jaren: '03 • '04 • '05 • '06 • '07
• '08
Anders: Images

Explosie van een autobom in Bagdad, april 2005
Explosie van een autobom in Bagdad, april 2005

Sinds de Amerikaanse inval in 2003 vinden in Irak zeer gewelddadige (terroristische) opstanden plaats tegen het nieuwe gezag van de Stabilisation Force Iraq, die deze partijen blijven zien als een bezettingsmacht, en de regering van Irak. De toestand is zo ernstig dat verscheidene westerse media en VN-secretaris-generaal Kofi Annan spreken van een burgeroorlog;[1] de Amerikaanse en Irakese regeringen zijn het met deze kwalificatie niet eens.

Aanvankelijk waren bijna alle actieve opstandelingen Irakese en buitenlandse soennitische Arabieren. De soennitisch-Arabische bevolking, 20% van de Irakezen, domineerde tot de val van Saddam Hoessein het regime van de republiek. Het aandeel van de sji'ieten in het geweld tegen de bezetter is altijd minder geweest, maar heeft zich, gesteund door Iran, de afgelopen tijd versterkt. Het sektarisch geweld is recentelijk enorm toegenomen.

Inhoud

bewerk Verloop Golfoorlog

Hoofdartikel: Irakoorlog

Op 20 maart begon de zogenaamde Coalition of the willing de oorlog. Amerikaanse vliegtuigen bombardeerden doelen in Bagdad. De opmars van de Amerikanen, Britten, Polen en Australiërs verliep voorspoedig. Veelvuldig werden vitale werken van infrastructuur, zoals bruggen, opgeblazen. Op 9 april veroverden de grondtroepen Bagdad en op 14 april werd Tikrit, Saddams thuisbasis, veroverd. Op 1 mei verklaarde president George W. Bush de oorlog ("major combat operations") over. Wel verwachtte de coalitie nog wat verzetshaarden aan te treffen. Tot dan toe waren in totaal 130 Amerikaanse soldaten omgekomen. Twee jaar later hadden al meer dan 1500 Amerikaanse soldaten het leven gelaten tijdens de op de oorlog volgende bezetting van Irak.

Op 14 juni 2005 gaf Donald Rumsfeld, minister van Defensie van de VS, toe dat Irak nu niet veiliger was dan in 2003, juist na de val van Saddam Hoessein.

bewerk Samenstelling

De Iraakse opstandelingen zijn samengesteld uit een tiental grotere verzetsorganisaties en talloze kleinere cellen. Qua ideologie kan het worden onderverdeeld in drie groepen: Ba'athisme, nationalisme en islamisme.

  • De Ba'athisten zijn samengesteld uit voormalige notabelen van de Ba'ath Partij, de Fedayeen Saddam, een aantal voormalige agenten van de Iraakse geheime dienst en veiligheidsdiensten. Hun doel was, in ieder geval voor de gevangenneming van Saddam Hoessein, het herstel van het voormalige Ba'ath regime. Het Ba'ath regime had zijn machtsbasis onder de soenitische moslims, terwijl die groep een minderheid vormt in Irak. Met name ex-Ba'ath mensen zijn er op gebrand de privileges die zij hadden onder het regime van Saddam Hoessein terug te winnen, door middel van gericht geweld tegen de buitenlandse troepen en de Irakese instanties.
  • De nationalisten bestaat uit voormalige leden van het Iraakse leger en uit normale Irakezen. Hun redenen om tegen de bezetting te strijden lopen uiteen van een principiële verwerping van buitenlandse aanwezigheid tot Amerikaans falen om snel de macht over te dragen. Ook Irakezen van wie familieleden gedood zijn door Amerikaanse soldaten maken deel uit van het nationalistische verzet vanwege de Iraakse code van bloedwraak. Behalve het uitdrijven van de buitenlandse troepen uit Irak wordt er geen coherent politiek doel nagestreefd door het nationalistische verzet.
  • De Islamitische opstandelingen bestaan uit drie hoofdstromen:
    • Buitenlandse strijders die het land zijn binnengekomen en die Irak zien als het nieuwe "strijdveld van de Jihad" tegen de Verenigde Staten. Er wordt algemeen aangenomen dat de meeste vrijwillige strijders zijn, met waarschijnlijk ook een aantal leden van al Qaida en de aan hen gerelateerde groep Ansar al-Islam. Sinds de opstand begon hebben de moslims steevast aan invloed gewonnen binnen het Iraakse verzet en sinds de gevangenname van Saddam Hoessein hebben ze de leidende rol in de opstand overgenomen van het afnemende Ba'ath verzet. Abu Musab al-Zarqawi wordt gezien als hun leider. Het conflict wordt door de buitenlandse strijders ook gebruikt als mogelijkheid om met wapens en explosieven te trainen, net zoals in de (eerdere) conflicten in Afghanistan, Bosnië en Herzegovina en Tsjetsjenië. De opgedane kennis en ervaring zou dan later bij aanslagen in hun thuisland gebruikt kunnen worden.
      Uit zowel een Saoedische, als een Israëlische studie van buitenlandse strijders die naar Irak wensten te gaan, blijkt dat bijna geen van hen voordien banden hadden met Al Qaida of andere terroristische organisaties, maar juist radicaliseerden als gevolg van de Irak-oorlog.
    • sji'ietische moslims onder leiding van Moqtada al-Sadr. Het Mahdi-leger van al-Sadr bezette de Imam Alimoskee in Najaf, maar trok zich na bemiddeling van Ali al-Sistani terug. Ze mochten hun wapens echter houden en blijven een bron van verzet. Een wijk van Bagdad, Sadr-stad, waar zo'n twee miljoen mensen wonen, is ook sji'ietisch en staat onder 'los' bevel van al-Sadr. Ook hier zijn opstanden geweest en blijven aanslagen plaatsvinden.

bewerk Omvang

bewerk Soennitische oproer

Schattingen van het totale aantal Iraakse guerrilla's lopen uiteen. Het Amerikaanse leger schat dat de kern van de beweging bestaat uit zo'n 5000 vechters, hetgeen samen met actieve sympathisanten en parttime rebellen neer kan komen op 50.000 (volgens een CIA-rapport). De meeste intense rebellenactiviteiten vinden plaats in Bagdad en de driehoek die zich uitstrekt van het westen van de hoofdstad tot aan de stad Ramadi en Tikrit in het noorden, een gebied dat ook bekend staat als de Soennitische driehoek. Guerrilla-activiteit vindt ook plaats rond al-Qaim in het westen van Irak en rond de steden Mosoel en Kirkoek in het noorden, evenals in een aantal andere gebieden van het land. In de westelijke regio's van de Soennitische Driehoek, inclusief het gebied rond Fallujah en Ramadi, hebben de rebellen ten tijde van april 2004 controle ingenomen over het grootste deel van de stedelijke gebieden.

bewerk Sjiitische opstand van april 2004

Tot april 2004 bleef het zuidelijke deel van Irak relatief vrij van het guerrillageweld dat had toegeslagen in de soennitische regio's van centraal Irak (met de noemenswaardige uitzondering van een reeks zelfmoordaanslagen waarvan soennitische moslims verdacht worden). Dit veranderde toen de radicale sji'itische geestelijke Moqtada al-Sadr op 4 april 2004 zijn volgelingen opriep een gewapende opstand te beginnen. Dit was het gevolg van de door de coalitie afgedwongen sluiting van krant van al-Sadr, al-Hawza, en na de arrestatie van een van zijn volgelingen op verdenking van moord. Ook het politieke aanzien van al-Sadr was de maanden daarvoor afgenomen. Dit alles had tot gevolg dat al-Sadr opriep tot een gewapende opstand. al-Sadrs Mahdi-Leger begon gecoördineerde aanvallen op de coalitiemacht in het gehele zuiden en nam op 7 april controle over de steden Najaf, Koefa, al Koet en delen van Bagdad en andere zuidelijke steden. Dit leger telt naar schatting tussen de 3000 en 10.000 man.

bewerk Tactiek en methodes van de guerrilla

bewerk Executies

Tientallen Iraakse politiemannen, militairen en medewerkers van ministeries worden vanuit voorbijrijdende auto's of middels sluipschutters doodgeschoten in Irak. Een aanval die in het bijzonder de media haalde, was het doodschieten van 2 van de 14 soennitische leden van het comité dat voor 15 augustus 2005 een nieuwe grondwet voor Irak moet samenstellen. Ten gevolge van deze aanval trokken de overige soennitische leden van het comité zich terug.

bewerk Explosieven en bomaanslagen op afstand

Typische Iraakse guerrilla-aanvallen tegen de Alliantie nemen de vorm aan van aanvallen op VS-konvooien en patrouilles met geïmproviseerde explosieven (Improvised Explosive Devices, of IED's). Deze bermbommen, zelfgemaakt of vervaardigd van wapentuig van het voormalige Iraakse leger, worden gecamoufleerd verstopt op hoofdwegen en tot ontploffing gebracht met een afstandbediening of een kabeltje wanneer een konvooi of een patrouille passeert.

Meer en meer blijkt sinds de zomer van 2005 dat de explosieven speciaal gevormde ladingen bevatten om de ontploffingen beter te 'sturen' en zo gemakkelijker door de pantsering van militaire voertuigen te breken. Amerikaanse militairen gaan er vanuit dat deze vaardigheid aangeleerd werd door de Hezbollah, die soortgelijke technieken toepaste tegen het Israëlische leger. Een voorbeeld van de effectiviteit van deze bommen was bijvoorbeeld een aanslag in de buurt van Haditha op 3 augustus 2005, waarbij 14 mariniers het leven lieten.

Aanslagen met bermbommen zijn de hoofdoorzaak van coalitieslachtoffers in Irak. In 2005 is het aantal aanvallen met bermbommen langs voorraadroutes (vertrekkende uit Jordanië, Koeweit & Turkije en gaande naar Bagdad) tegen de coalitietroepen verdubbeld naar zo'n 30 aanvallen per week. Het aantal dodelijke slachtoffers is echter niet evenredig gestegen door verhoogde bepantsering.

bewerk Mortieren

Een andere gebruikelijke aanvalsvorm bestaat uit hit-and-run mortieraanvallen op Alliantiebases. Rebellen vuren een aantal mortieren of raketten af en maken zich uit de voeten voordat hun positie kan worden bepaald door de Alliantie. Sinds het begin van november 2003 zijn ook helikopters een regelmatig doelwit. De rebellen liggen op de wacht voor helikopters en vallen de heli's van achteren aan. De gebruikte wapens zijn onder andere raket-aangedreven granaten en heat-seeking shoulder fired missiles zoals de SA-7, SA-14, en in één geval de SA-16. Zelfmoordaanvallen worden gebruikt bij grotere aanvallen om maximale media-aandacht te krijgen. De meeste aanvallen bestonden voorheen vooral uit hinderlagen met raket-aangedreven granaten en kleine vuurwapens, maar dit type aanvallen is afgenomen en heeft plaatsgemaakt voor aanvallen zonder direct contact, om de kans op slachtoffers bij de rebellen te verkleinen.

bewerk Ontvoeringen, onthoofdingen en overige acties tegen buitenlanders

Regelmatig ontvoeren verschillende Irakese groepen buitenlanders in Irak. Dit zijn zowel westerlingen als andere moslims die werkzaam zijn in Irak. Vaak is de eis van de ontvoerders dat de regeringen zich terug moeten trekken uit Irak.

De wereld is geschokt als blijkt dat de Amerikaan Nick Berg onthoofd wordt op een video die via het Internet verspreid wordt. Ook andere groepen maken later video's van onthoofdingen.

De ontvoeringen van moslims en inwoners van niet-westerse landen lijkt op het eerste gezicht vreemd, maar is dat niet. Zij komen bijvoorbeeld uit Koeweit, Turkije en Egypte en het betreft vaak chauffeurs of wegwerkers. De ontvoerders zijn het niet eens met het feit dat de buitenlanders werk uitvoeren dat eigenlijk door Irakezen gedaan kan worden.

Ook hulpverleners, zoals Kim Sung Il uit Zuid-Korea of twee vrouwen uit Italië ('de Simona's') worden het slachtoffer van ontvoeringen, evenals twee Franse journalisten.

De Simona's worden na Italiaanse bemiddeling vrijgelaten, waarna een volksfeest uitbarst in Rome en andere Italiaanse plaatsen. In de media verschijnen geruchten dat voor hun vrijlating 1 miljoen euro betaald zou zijn. In augustus 2005 verklaart Maurizio Scelli, de uitgaande voorzitter van het Italiaanse Rode Kruis dat in ruil voor de vrijlating van de twee Simona's, vier Iraakse opstandelingen door het Rode Kruis verzorgd werden en dat de Verenigde Staten niet op de hoogte werden gesteld van deze overeenkomst.

In juli 2005 vinden ook ontvoeringen van diplomaten plaats. Na de ontvoering op 2 juli in Bagdad en de daaropvolgende executie van Ihab al-Sherif, de hoogste Egyptische diplomatieke vertegenwoordiger en bestemd om ambassadeur van Egypte te worden, werd de hoogste Algerijnse diplomatieke vertegenwoordiger op 21 juli op klaarlichte dag in het zwaar bewaakte Westelijke Mansour-district van Bagdad ontvoerd. Diplomaten van Bahrein en Pakistan werden beschoten, met enkel lichte verwondingen tot gevolg Deze nieuwe tactiek blijkt vruchten af te werpen, want tot op heden heeft nog geen Arabisch land een ambassadeur naar Irak gestuurd.

In totaal zijn reeds 273 buitenlanders uit 37 verschillende landen ontvoerd in Irak. In 2005 blijven nog steeds 55 buitenlanders gegijzeld.

bewerk Sabotage

Sabotage, zoals het opblazen van oliepijpleidingen komt veel voor, zowel in het noordwesten, waar een pijpleiding naar Syrië en Turkije naar de Middellandse Zee loopt als in het zuiden, waar verschillende pijpleidingen naar de Perzische Golf lopen.

Op 3 augustus 2005 kondigt de Iraakse regering aan dat benzine gerantsoeneerd wordt.

bewerk Sluipschutters

In Zuid-Bagdad is ten minste sinds februari 2005 een sluipschutter actief waarvan de naam of nationaliteit niet gekend is. Er worden aan deze specifieke sluipschutter die enkel coalitietroepen viseert ongeveer een dozijn dode soldaten toebedeeld.

bewerk Straatgevechten

Milities bezetten wijken, vaak wonen zij daar zelf, en laten vervolgens geen Amerikanen en of Iraakse legertroepen hun wijk binnen.

In een poging om een burgeroorlog tussen de verschillende Iraakse stammen uit te lokken heeft het verzet geëxperimenteerd met massamoorden op Iraakse burgers om vervolgens geruchten te verspreiden met als doel haat tussen stammen te kweken. Een onderschepte brief van een rebellenleider gaf aan dat dit een centrale strategie zou worden, een jaar nadat aanvallen tegen coalitietroepen niet hadden geleid tot grote resultaten - met name in de vorm van een terugtocht van de coalitie.

bewerk Zelfmoordaanslagen

Al dan niet door middel van autobommen neemt deze vorm van aanslagen de overhand (Medio 2005). Het lijkt wel alsof er geen plaats is waar de rebellen niet kunnen toeslaan. Zelfmoordaanslagen hebben plaatsgevonden in de Groene Zone, op Amerikaanse en op Irakese legerbases. Favoriete doelwitten zijn de rekruteringscentra van het Iraakse leger.

Op een bepaalde dag in juli bliezen niet minder dan 12 personen zich alleen al op in Bagdad! Medio 2005 zijn er al 500 zelfmoordaanslagen in Irak gepleegd.

bewerk Aantal aanvallen en slachtoffers bij de coalitie

Amerikaanse slachtoffers
Amerikaanse slachtoffers

Het aantal guerrilla-aanvallen op de coalitietroepen telde begin juni 2003 tussen de 12 en 20 aanvallen per dag, met als uitzondering de plotselinge toename in november 2003 toen er op sommige dagen 50 aanvallen per dag werden gemeld. Sindsdien is het aantal aanvallen echter gestadig gestegen tot ongeveer 80 per dag, met als korte uitzondering een iets kalmere periode net na de Iraakse verkiezingen. In juli 2005 bedroeg het aantal aanvallen op coalitietroepen 68 per dag.


bewerk Slachtoffers bij het Amerikaanse leger

Op 7 september 2004 werd bekend dat het duizendste Amerikaanse slachtoffer viel bij gevechten in Fallujah.

Begin september 2004 waren zo'n 7000 Amerikaanse soldaten gewond geraakt.

Op de website van de Washington Post, een van de belangrijkste kranten in de VS, wordt bijgehouden hoeveel Amerikaanse soldaten sterven.

De aanhoudende stroom slachtoffers heeft er deels voor gezorgd dat nu (juni 2005) 60% van de Amerikaanse bevolking een gedeeltelijke of gehele terugtrekking van de Amerikaanse troepen voorstaat en dat ongeveer 56% de oorlog niet de moeite waard vond.

Op 6 juli 2005 werd bekend dat het 1750e Amerikaanse slachtoffer sneuvelde bij een aanslag met een geïmproviseerde bom (Improvised Explosive Device).

Aantal Amerikaanse gesneuvelden per maand
Maand In gevecht Anders Totaal
2003
Maart 2003 58 7 65
April 2003 50 24 74
Mei 2003 6 31 37
Juni 2003 18 12 30
Juli 2003 28 20 48
Augustus 2003 16 19 35
September 2003 18 13 31
Oktober 2003 33 11 44
November 2003 69 13 82
December 2003 25 15 40
2004
Januari 2004 39 8 47
Februari 2004 12 8 20
Maart 2004 35 17 52
April 2004 126 9 135
Mei 2004 62 18 80
Juni 2004 37 5 42
Juli 2004 44 10 54
Augustus 2004 55 11 66
September 2004 70 10 80
Oktober 2004 56 7 63
November 2004 125 12 137
December 2004 58 14 72
2005
Januari 2005 54 53 107
Februari 2005 42 16 58
Maart 2005 31 4 35
April 2005 46 6 52
Mei 2005 67 13 80
Juni 2005 69 9 78
Juli 2005 45 9 54
Augustus 2005 75 10 85
September 2005 42 7 49
Oktober 2005 78 18 96
November 2005 70 14 84
December 2005 57 11 68
2006
Januari 2006 42 20 62
Februari 2006 46 9 55
Maart 2006 26 5 31
April 2006 65 11 76
Mei 2006 57 12 69
Juni 2006 57 4 61
Juli 2006 38 5 43
Augustus 2006 58 7 65
September 2006 61 11 72
Oktober 2006 99 7 106
November 2006 59 10 69
December 2006 95 17 112
2007
Januari 2007 78 5 83
Februari 2007 71 9 80
Maart 2007 71 10 81
April 2007 96 8 104
Mei 2007 106 8 114
Totaal 2.836 622 3.465

bewerk Slachtoffers bij het Nederlandse leger

Twee Nederlandse soldaten zijn omgekomen in Irak.

Op 10 mei 2004 overleed Sgt. 1 van de Luchtmobiele Brigade Dave Steensma bij een granaataanval.

Op 14 augustus 2004 overleed wachtmeester-1 Jeroen Severs van de Koninklijke Marechaussee toen zijn patrouille in een hinderlaag viel.

bewerk Slachtoffers bij troepen van andere leden coalitie

Aantal gesneuvelden bij andere leden en oud-leden coalitie
Australië 2
Bulgarije 13
Denemarken 6
El Salvador 5
Estland 2
Hongarije 1
Italië 33
Kazachstan 1
Letland 3
Nederland 2
Oekraïne 18
Polen 20
Roemenië 2
Slowakije 4
Spanje 11
Thailand 2
Verenigd Koninkrijk 148
Totaal 273

bewerk Slachtoffers Bij Leden Van De Iraakse Veiligheidstroepen

Hiermee wordt bedoeld de Iraakse troepen onder controle van Amerika na de invasie.

Gesneuvelde Iraakse Militairen/Politie per maand
Maand - Jaar Aantal
2003
Maart 2003 202
April 2003 340
Mei 2003 55
Juni 2003 147
Juli 2003 226
Augustus 2003 181
September 2003 247
Oktober 2003 413
November 2003 336
December 2003 261
2004
Januari 2004 187
Februari 2004 150
Maart 2004 324
April 2004 1.213
Mei 2004 759
Juni 2004 588
Juli 2004 552
Augustus 2004 895
September 2004 709
Oktober 2004 650
November 2004 1.429
December 2004 544
2005
Januari 2005 497
Februari 2005 414
Maart 2005 371
April 2005 596
Mei 2005 575
Juni 2005 512
Juli 2005 477
Augustus 2005 541
September 2005 545
Oktober 2005 605
November 2005 400
December 2005 413
2006
Januari 2006 290
Februari 2006 343
Maart 2006 497
April 2006 433
Mei 2006 440
Juni 2006 459
Juli 2006 524
Augustus 2006 586
September 2006 791
Oktober 2006 780
November 2006 543
2007
Januari 2007 631
Februari 2007 50
Maart 2007 215
April 2007 300
Mei 2007 56
Totaal 23.417

Op woensdag 7 februari 2007 maakten Amerkaanse veteranenorganisaties en de potentiële presidentskandidaat Barack Obama bekend, dat de Amerikaanse regering vals beeld schets over de aantal gewonde soldaten. Verwondingen die militairen buiten het slagveld oplopen worden vaak niet in de officiële cijfers opgenomen. Wanneer alle gewonden meegerekend worden, bijvoorbeeld door ziektes, ongelukken met voertuigen en ernstige sportblessures, loopt het totaal op tot 53 duizend gewonden.

bewerk Andere slachtoffers

Naast militairen zijn ook andere buitenlanders het slachtoffer geworden. Hieronder bevinden zich diplomaten, buitenlandse arbeiders, bewakers of werknemers van zogenaamde particuliere militaire uitvoerders, journalisten, hulpverleners, missionarissen en anderen. Een (onvolledige) lijst met gesneuvelde particuliere militaire uitvoerders kan men -evenals een lijst met gesneuvelde journalisten- terugvinden op een website. Klik hiernaast om de lijst te bekijken: [1]

bewerk Bevolkingssteun

Het lijkt alsof de Iraakse opstandelingen een gedeeltelijke bevolkingssteun heeft in de Soennitische Driehoek, vooral in steden als Fallujah. Het belang van de stam of clan en de heersende opvattingen over trots en eerwraak, het prestige dat velen genoten gedurende het voormalige regime, en burgerslachtoffers bij acties van de VS hebben bij veel Soennieten geleid tot een afkeer van de bezetting.

Buiten de Soennitische Driehoek en in de sjiitische en Koerdische gebieden werd geweld meestal geschuwd, in elk geval tot aan april 2004. Velen, vooral in de sjiitische gemeenschap, zijn niet tevreden met een aantal aspecten van de toenmalige, door de VS geleide bezetting. Spontane vreedzame protesten tegen de bezetting vonden plaats in de sjiitische regio's. Veel sjiieten en Koerden hebben geleden onder de zware vervolging tijdens het bewind van Saddam Hoesseins regime en staan huiveriger tegenover het gebruik van geweld tegen de coalitiemacht.

bewerk Peilingen

Peilingen geven begin 2004 aan dat ongeveer één derde van alle Soennieten fervente supporters zijn van de guerrilla's die aanvallen op VS-troepen als acceptabel beschouwen. In de provincie al-Anbar, waar Fallujah en Ramadi zich bevinden, steunt 70% van de bevolking de opstandelingen. Slechts 10% van de sjiieten steunde gewelddadig verzet in peilingen voor de oproer gestart door het al-Mahdi Leger. Op persfoto's waarop Amerikaanse tanks en pantservoertuigen in brand staan, zijn vaak juichende Irakezen te zien. De Soenieten zijn in totaal 20% van de bevolking.

Onder Koerden is steun voor aanvallen op VS-troepen zeldzaam. De Koerden zijn 20% van de bevolking.

Een recent door de coalitietroepen uitgevoerde peiling (juni 2006) toont aan dat ongeveer 55% van de totale Iraakse bevolking de aanvallen van de opstandelingen steunt, tegenover 15% die de coalitietroepen steunt.

bewerk Acties

Eind januari en begin februari 2004 werd een gezamenlijk statement in pamfletvorm verspreid door een tiental verzetsorganisaties met daarin de eed om controle over te nemen over Iraakse steden zodra de VS-bezettingsmacht zich terugtrekt, en waarin de geplande terugtrekking als een nederlaag voor de Amerikanen wordt voorgesteld. De reactie van Iraakse burgers varieerde sterk volgens meldingen, van "verwelkomd als het manifesto van een legitieme verzetsbeweging" tot afwijzing als "enkel gebral".

bewerk De tegenaanval van de coalitie

De tegenaanval van de coalitie begon op 9 juni 2003, als antwoord op de toename van guerrilla-aanvallen die eind mei aanving. 2000 soldaten van Task Force Iron Horse voerden een veegactie uit over het schiereiland Thuluiya in de Soennitische Driehoek, waarbij 397 Irakezen gearresteerd werden in Operation Peninsula Sweep. Bijna alle arrestanten werden later vrijgelaten. Deze operatie werd kort daarop gevolgd door Operation Desert Scorpion, die de veegacties uitbreidde tot in plaatsen als Bagdad, Tikrit, Fallujah en Kirkoek.

Een kampement van meer dan zeventig buitenlandse strijders werd verwoest in de buurt van de stad Rawa, dichtbij de Syrische grens. In de loop van de zomer volgen andere operaties zoals Operation Sidewinder, Operation Soda Mountain, en Operation Ivy Serpent.

In september 2004 werd een zogenaamd pre-election offensive uitgevoerd, dat moet leiden tot oppakking van de leiders van het verzet, voor de Amerikaanse verkiezingen van november 2004 en de Iraakse verkiezingen van januari 2005.

Na een relatief rustige periode net na de verkiezingen, laaide het geweld en het Iraaks verzet in alle hevigheid weer op tijdens de daaropvolgende maanden.

Op 26 juli 2005 laat het Amerikaanse leger weten dat het 12.000 à 17.000 personen gevangen houdt in Irak. Onder hen Irakezen, rebellen, criminelen en toevallige omstanders.

bewerk Iraakse guerrillagroeperingen

De grootste Iraakse guerrillagroeperingen omvatten, maar zijn niet beperkt tot, de volgende groepen:

Op 26 juli 2005 maakt het Pentagon bekend dat het Iraaks verzet geleid wordt door 8 tot 10 personen die regelmatig samenkomen (zowel in Irak zelf, als in Jordanië en Syrië).

bewerk Gevolgen in de Verenigde Staten

  • In de eerste zes maanden van 2005 heeft het Amerikaanse leger 14% minder rekruten kunnen aanwerven dan in 2004.
  • Zo'n 5500 militairen zijn in de VS "afwezig zonder toestemming".
  • Door het feit dat de oorlog in Irak de VS maandelijks meer dan 4 miljard dollar kost, overweegt het Pentagon om de projecten tot het bouwen van een F-35 Joint Strike Fighter en een F/A-22 gevechtsvliegtuig terug te schroeven.
  • 53% van de Amerikanen gelooft niet meer dat de VS de oorlog in Irak kunnen winnen.
  • 51% van de Amerikaanse burgers is er van overtuigd dat de regering hen opzettelijk misleid heeft betreffende de massavernietigingswapens van Saddam Hoessein.
  • Slechts 34% van de Amerikaanse burgers keurt de manier waarop president Bush met de situatie in Irak omgaat goed.
  • 1 op 5 Amerikaanse soldaten die dienst hebben gedaan in Irak hebben last van posttraumatische stressstoornis.
  • John Deutch, voormalig directeur van de CIA, roept op 15 juli 2005 in een opiniestuk in de New York Times op om Irak te verlaten. Volgens hem bestaat de beste strategie van de VS er voortaan in een plan voor snelle terugtrekking uit te werken.
  • Met een kostenplaatje van 5,6 miljard dollar per maand, is de Irak-oorlog duurder geworden dan de Vietnamoorlog (die laatste kostte 5,1 miljard dollar per maand).

bewerk Terugtrekking van internationale troepen

Op 6 september 2005 overhandigden de Amerikaanse troepen de controle over de heilige stad Najaf over aan Iraakse troepen die "Lang leve al-Sistani" scandeerden.

Een week later verklaarde de Iraakse president Jalal Talabani dat het aantal Amerikaanse troepen eind 2005 met zo'n 50.000 manschappen (meer dan een derde van de 140.000 die zich in Irak bevinden) zou kunnen verminderd worden. Iraakse troepen zouden hun taak dan overnemen.

De Oekraïners en de Nooren hebben zich inmiddels terug getrokken uit Irak. De [[|Italie|Italianen]] en de Zuid-Koreanen staan op het punt van vertrek en het Verenigd Koninkrijk en de Japanners zullen wellicht later volgen.

Langzaam maar zeker reduceren de bondgenoten van de VS in Irak hun manschappen of trekken ze helemaal uit het land terug, terwijl de Iraakse strijdkrachten steeds meer taken overnemen.

Groot-Brittannië is met achtduizend manschappen de belangrijkste bondgenoot van de VS in Irak. Britse functionarissen hebben herhaaldelijk gezegd dat zij een deel daarvan nog dit jaar naar huis willen halen, maar dit is niet gelukt omdat het Iraakse leger toch niet goed genoeg zou zijn om zelf de veiligheid in het land over te nemen. Pas in december 2007 konden de Britten Basra(Grootste stad in Zuid-Irak) overhandigen aan de Irakezen zelf. De Britten blijven zo lang als het nodig is, herhaalde de minister onlangs nog.

De president van Polen, Lech Kaczynski, zei tegen het persbureau AP dat zijn land de overgebleven 900 manschappen(2500 aan de begin van het oorlog) waarschijnlijk tot in 2007 zou houden maar verlengde dit later tot eind 2008.

Andere landen hebben de coalitie echter verlaten en het totale aantal manschappen is inmiddels gedaald tot 157.000. Ook het Amerikaanse contingent is met 138.000 kleiner dan ooit. Afgelopen zomer was hun aantal met het oog op de verkiezingen in Irak opgevoerd tot 160.000. En vlak na de invasie van maart 2003 waren er 300.000 soldaten uit 38 landen in Irak - 250.000 Amerikanen, 40.000 Britten en de rest variërend van 2000 Australiërs tot 70 Albanezen. Onder de grotere contribuanten die zich inmiddels hebben teruggetrokken zijn Oekraïne, dat in december 2005 zijn laatste 876 man weghaalde. Zuid-Korea en Italië, de belangrijkste partners van de VN na Groot-Brittannië, gaan hun bijdrage steeds meer verminderen.

Na een bijeenkomst achter gesloten deuren met de top van de LPD heeft de Japanse premier Junichiro Koizum eind 2006 de Japanse troepen in de Zuid-Iraakse provincie al-Muthanna terug gehaald. De 600 Japanse militairen werkten mee aan de wederopbouw van Irak. De beslissing om het Japanse leger terug te trekken ging volgens de Japanse premier in goed overleg met de VS en andere bondgenoten.

bewerk Externe links

bewerk Bronnen

  1. ^ Annan noemde de situatie in Irak 'veel erger' dan die in Libanon jaren eerder. Rumsfeld verrast met ideeën voor Irak. Reformatorisch Dagblad, 4 december 2006. URL bezocht op 4 december 2006.