"Inlandsche en Afrikaansche troepen" van het KNIL. Afbeelding afkomstig uit: 1885. P.F. Brunings. Onze krijgsmacht. Charles Ewings. Den Haag.

Het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (kortweg KNIL), was het Nederlandse koloniale leger dat officieel werd opgericht in 1830 in Nederlands-Indië. In tegenstellling tot de Koninklijke Landmacht die onder het Ministerie van Oorlog viel, resorteerde het onder het ministerie van Koloniën en bestond het uitsluitend uit beroepsmilitairen.

Het KNIL werd in 1830 opgericht onder de naam "Nederlandsch-Oost-indisch Leger". In 1832 werd het bij koninklijk besluit losgemaakt van de Nederlandse landmacht en in 1836 verkreeg het het predicaat "koninklijk".

Het KNIL veroverde in de negentiende eeuw geleidelijk de Indonesische archipel. De sterkste weerstand ondervond het in Atjeh waar het vanaf 1873 tot aan de Eerste Wereldoorlog strijd leverde. Het KNIL bestond in 1830 al voor de helft uit Indonesische militairen. Hun aantal groeide gestaag. Na de Eerste Wereldoorlog bestond driekwart van het KNIL uit Indonesiërs. Van hen was een meerderheid Javaan, maar er dienden ook veel Zuid-Molukkers in het KNIL. Een aparte groep vormden de Afrikaanse militairen (Belanda Hitam = Zwarte Nederlanders) die van 1830-1850 waren opgeroepen via de Nederlandse kolonie Elmina aan de Goudkust in West-Afrika (het huidige Ghana). Een minderheid in het KNIL bestond uit 'Europeanen': voornamelijk Nederlanders, maar ook veel Duitsers en Belgen, die uit armoede tekenden als 'koloniaal'. De werving geschiedde veelal via het Koloniaal Werfdepot te Harderwijk. Pas na 1900 stopte de werving van buitenlanders.

Het KNIL beschikte vanaf de jaren twintig over een eigen Luchtvaartafdeling, de LA-KNIL geheten (vanaf 1939 ML-KNIL), zodat gemakkelijker en sneller steun aan de infanterie gegeven kon worden vanuit de lucht. In vergelijking met het Nederlandse leger was het KNIL aan het begin van de Tweede Wereldoorlog modern uitgerust, onder andere met pantserwagens en tanks. Na de bezetting van Indonesië door de Japanners werden de manschappen van het KNIL krijgsgevangen gemaakt en werd een deel overgebracht naar Thailand om van daaruit te gaan werken aan de beruchte Birma - Spoorlijn.

Het KNIL greep tijdens de strijd tegen de onafhankelijkheid van Indonesië in met zogenaamde politionele acties. Door deze acties kreeg Nederland kritiek van de Verenigde Naties en later ook van de Verenigde Staten. De VS dreigde dat ze de economische hulp, dat Nederland kreeg voor de wederopbouw en het omhoog brengen van de welvaart, zouden opheffen. Hierdoor ging Nederland weer aan tafel zitten, wat uiteindelijk leidde tot de onafhankelijkheid van Indonesië.

Het KNIL werd bij de soevereiniteitsoverdracht van Indonesië in juli 1950 opgeheven. Op dat moment stond de afkorting KNIL voor 'Koninklijk Nederlands-Indonesisch Leger'. In de Koninklijke Landmacht leven de tradities van het KNIL voort in het regiment Van Heutsz.

bewerk Commandanten van het KNIL

  • 1815 - 1819 Generaal-Maj. C.H.W. Anthing
  • 1819 - 1819 gouv. gen. G.A.G.P. Baron van der Capellen
  • 1819 - 1825 Gen. maj. H.M. de Kock
  • 1822 - 1828 Generaal-Maj.J.J. van Geen
  • 1828 - 1828 Lt-generaal H.M. de Kock
  • 1828 - 1828 Gen. maj. B. Bischoff
  • 1829 - 1830 Lt. gen. H.M. de Kock
  • 1830 - 1831 Gouv. gen. J. van den Bosch
  • 1830 - 1835 Lt-generaal H.J.J.L ridder de Steurs
  • 1835 - 1847 Generaal-Maj.F.D. Cochius
  • 1847 - 1849 Ge. Maj. Jhr. C. van der Wijck
  • 1849 - 1849 Lt-generaal A.V. Michiels
  • 1849 - 1851 (Lt-)generaal K.B. hertog van Saksen-Weimar
  • 1851 - 1854 Gen. maj. G. Bakker
  • 1854 - 1858 Lt-generaal F.V.H.A. ridder de Stuers
  • 1858 - 1862 Lt-generaal J. van Swieten
  • 1862 - 1865 Lt. gen. C.P. Schimpf
  • 1865 - 1869 Lt. gen. A.J. Andresen
  • 1869 - 1873 Lt-generaal W.E.Kroesen
  • 1873 - 1875 Lt-generaal N.H.W.S. Whitton
  • 1875 - 1879 Lt-generaal G.P. de Neve
  • 1879 - 1883 Lt-generaal Huibert Gerard Boumeester
  • 1883 - 1887 Lt. gen. K.L. Pfeiffer
  • 1887 - 1889 Lt. gen. A. Haga
  • 1889 - 1893 Lt. gen. T.J.A. van Zijl de Jong
  • 1893 - 1895 Lt. gen. A.R.W. Geij van Pittius
  • 1895 - 1897 Lt. gen. Jacobus Augustinus Vetter
  • 1897 - 1900 Lt. gen. L. Swart
  • 1900 - 1903 Lt-generaal H.C.P. de Bruijn
  • 1903 - 1903 gen. maj. J.C. van der Wijck
  • 1903 - 1905 Lt. gen. W. Boetje
  • 1905 - 1907 gen. maj. J.C. van der Wijck
  • 1907 - 1909 Lt-generaal M.B. Rost van Tonningen
  • 1909 - 1910 Lt. gen. P.C. van der Willigen
  • 1910 - 1914 Lt-generaal G.C.E. van Daalen
  • 1914 - 1916 Lt-generaal J.P. Michielsen
  • 1916 - 1916 Lt-generaal H.C. Kronover
  • 1916 - 1918 Lt-generaal W.R. de Greve
  • 1918 - 1920 Lt-generaal C.H. van Rietschoten
  • 1920 - 1922 Lt-generaal G.K. Dijkstra
  • 1922 - 1924 Lt-generaal F.J. Kroesen
  • 1924 - 1926 Lt-generaal K.F.E. Gerth van Wijk
  • 1926 - 1926 Lt-generaal W.A. Blits
  • 1926 - 1929 Lt-generaal H.L. La Lau
  • 1929 - 1932 Lt-generaal H.A. Cramer
  • 1932 - 1935 Lt-generaal J.C. Koster
  • 1935 - 1939 Lt-generaal M. Boerstra
  • 1939 - 1941 Lt-generaal G.J. Berenschot
  • 1941 - 1942 Lt-generaal Hein ter Poorten
  • 1943 - 1946 Lt-generaal L.H. van Oijen
  • 1946 - 1949 (Lt-)generaal S.H. Spoor
  • 1949 - 1950 Lt-generaal D.C. Buurman van Vreeden

bewerk Zie ook

bewerk Externe links