Moorse ivoren pyxis uit 968 (Louvre)

Ivoor (of oud-Nederlands elpenbeen) is het harde, witgekleurde materiaal afkomstig van de slagtanden van landdieren zoals de olifant, nijlpaard of mammoet, of zeedieren zoals de walrus of narwal. Deze tanden kunnen tot drie meter lang worden en wel 100 kilogram wegen. Ook zou de mythologische eenhoorn een ivoren hoorn dragen. Het meeste ivoor is afkomstig uit de binnenlanden van Afrika.

Al in de oudste beschavingen werd ivoor gebruikt voor de vervaardiging van beeldjes of om erop te tekenen; de bloeitijd van de beeldhouwkunst in ivoor lag in de 14e eeuw. In de 20e eeuw werd ivoor vooral gebruikt in de kunstnijverheid, in de biljartballenindustrie en in de pianobouw, waar de toetsen met ivoor werden belegd. [1]

Naast olifanten werden ook walrussen wel gejaagd voor het ivoor. Ook het fossiele ivoor van de mammoet — vooral uit Siberië — wordt wel gebruikt. Omdat dit vaak lang in de grond heeft gezeten, is het donkerder van kleur, soms zelfs bijna zwart.

De jacht op olifanten ten behoeve van het ivoor was een van de oorzaken van een sterke daling van het aantal olifanten. Om de illegale jacht op olifanten te ontmoedigen werd in 1989 elke handel in ivoor verboden. Sinds het aantal olifanten in Afrika weer is toegenomen, is de handel in ivoor onder strikte voorwaarden weer toegestaan.

bewerk Externe links

bewerk Referenties

Referenties:
  1. ^ Het ivoor had als voordeel dat het materiaal hard, duurzaam en een beetje stroef was, en dat het prettig aanvoelde onder de vingers, en zweet goed absorbeerde. Ivoren toetsen zitten nog wel op oude piano's maar het restaureren van antieke instrumenten wordt steeds lastiger, omdat 'gerecycled' ivoor (bijvoorbeeld van oude piano's)steeds moeilijker te krijgen is. Tegenwoordig past men op alle nieuwe instrumenten kunststof toe als toetsbeleg.