De Bosnische Oorlog. Links: het brandende Bosnische parlement in Sarajevo, na inslagen van artillerievuur in mei 1992. Rechtsboven: Generaal Ratko Mladić met Bosnisch-Servische soldaten. Rechtsonder: een VN-militair in Sarajevo. Foto's van Michail Jevstafjev
De Bosnische Oorlog. Links: het brandende Bosnische parlement in Sarajevo, na inslagen van artillerievuur in mei 1992. Rechtsboven: Generaal Ratko Mladić met Bosnisch-Servische soldaten. Rechtsonder: een VN-militair in Sarajevo. Foto's van Michail Jevstafjev

De Bosnische Oorlog (1992-1995) is één van de oorlogen in Joegoslavië die uitbrak als gevolg van het uiteenvallen van de Federatieve Volksrepubliek Joegoslavië. De oorlog ontstond toen Bosnië en Herzegovina zich in 1992 onafhankelijk verklaarde.

Inhoud

bewerk Aanleiding

De Bosnische regering had op 29 februari en 1 maart 1992 een referendum uitgeschreven met de vraag of Bosnië en Herzegovina onafhankelijk moest worden. De Bosnische Kroaten en Bosniakken (foutief Bosnische Moslims genoemd) stemden in meerderheid voor onafhankelijkheid. De Bosnische Serviërs boycotten deze verkiezingen; zij waren tegen onafhankelijkheid en vonden dat het refendum ongrondwettelijk was. Aangezien de meerderheid van de uitgebrachte stemmen in het referendum voor onafhankelijkheid was, riepen de Bosnisch-Kroatische en Bosnische Moslim parlementsleden op 5 april 1992 de onafhankelijkheid uit. Als reactie hierop riepen de Bosnische Serviërs op 7 april 1992 een eigen republiek uit: de Servische Republiek (Republika Srpska) en claimden ook grote gebieden elders in het land waar een Servische minderheid woonde.

Al voor het referendum vormden elk van de drie etnische groepen eigen legertjes en lokale milities, waarbij de Serven werden gesteund door het Joegoslavisch Volksleger. Daarbij moet worden opgemerkt dat de legertjes en milities zeker in het begin van de oorlog vooral bestonden uit criminelen, voetbalhooligans, nationalisten en paramilitairen en in mindere mate uit gewone soldaten; gewone soldaten waren namelijk vaak niet bereid te vechten, aangezien de etnische strijd ondanks de propaganda weinig steun onder de bevolking had, waardoor de desertiepercentages zeer hoog waren.[1]

Eén van de eerste gewelddadige incidenten vond al plaats op 30 september 1991, toen het Joegoslavische Volksleger het door Bosnische Kroaten bewoonde stadje Ravno verwoestte, tijdens de strijd om het in Kroatië gelegen Dubrovnik. In afwachting van de resultaten van het referendum op 29 februari en 1 maart 1992 escaleerde de situatie snel. Op verschillende plaatsen braken gevechten uit, in eerste instantie tussen Serviërs en Bosniakken. Met name in Oost-Bosnië in de Drina vallei, en het Noord Westen van het land vonden vanaf april 1992 massamoorden en etnische zuiveringen plaats. In de steden Bijeljina, Visegrád, Foča, Bratunac, Sanski Most, Prijedor, Kozarac, en andere werd de Bosnische burgerbevolking het doelwit. Serviërs richtten ook vele detentiekampen waarvan Omarska het meest beruchte is geweest.

bewerk Deelnemers

In het begin van de oorlog (1992) vochten de Bosnische Kroaten en de Bosniakken tegen de Bosnische Serviërs, die als gevolg van de onafhankelijkheidsverklaring een eigen republiek hadden uitgeroepen: de Servische Republiek, gesteund door Servië onder leiding van Slobodan Milošević.

In 1993 ontstond er ook oorlog tussen de moslims en de Bosnische Kroaten, omdat ook de Kroaten een territorium van Bosnië wilden inlijven. De Kroaten kregen hierbij steun vanuit Kroatië. In 1994 sluiten de Bosniaken en Bosnische Kroaten vrede na tussenkomst van de Kroatische president Franjo Tudjman.

bewerk Verloop

Als gevolg van de oorlog in Bosnië en Herzegovina breidde de VN Veiligheidsraad het mandaat van de VN Vredesmacht UNPROFOR, die tot dan toe actief was geweest in Kroatië, in juni 1992 uit naar Bosnië en Herzegovina. UNPROFOR kon, gehinderd door een beperkt mandaat, beperkte middelen en het gebrek aan bereidheid van de internationale gemeenschap (met name landen als de Verenigde Staten en Frankrijk) om gewapenderhand in te grijpen, niet voorkomen dat de strijd doorging. Hoe frustrerend dit was voor de meeste UN-soldaten, kan men zien in de film: WARRIORS: BOSNIÊ 1992. Na de Val van Srebrenica en een mortieraanval op een markt in Sarajevo, waarbij vele inwoners van de belegerde stad omkwamen, veranderde het internationale politieke klimaat en werd door de internationale gemeenschap een Rapid Reaction Force ingezet, die werd gesteund met door de NAVO-bombardementen tijdens Operation Deliberate Force. Dit dwong de Serviërs tot het beëindigen van de gewapende strijd en bracht de strijdende partijen aan de onderhandelingstafel in het Amerikaanse Dayton. Als gevolg van deze onderhandelingen en onder druk van verder ingrijpen door de internationale gemeenschap werd het Verdrag van Dayton bereikt.

bewerk Gevolgen

In het Verdrag van Dayton werd bepaald dat de republiek Bosnië en Herzegovina zou gaan bestaan uit twee afzonderlijke entiteiten: de Republiek Srpska en de Federatie van Bosnië en Herzegovina. Verder was in het Daytonverdrag ook aandacht voor verkiezingen, mensenrechten en een grondwet. Tegenwoordig kampt Bosnië en Herzegovina met twee verschillende problemen: de wederopbouw na de oorlog en de verandering van een communistisch systeem naar een kapitalistische samenleving.

Na afloop van de Bosnische Burgeroorlog werd de naleving van het Verdrag van Dayton gecontroleerd door, achtereenvolgens, de NAVO vredesmachten IFOR en SFOR, en later de EU vredesmacht EUFOR.

bewerk Noten

  1. ^ John Mueller: 'The Banality of War', International Security, Vol. 25, No. 1, pp. 42-70.
Belangrijkste gebeurtenissen Specifieke artikelen Deelnemers Mensen

Oorlogen en conflicten

Achtergrond:

Consequenties:


Buitenlandse sleutelfiguren:

1990

1991

1992

1993

1994

1995

1999

2001

Lokale staten:

Niet erkende staten en entiteiten:

Leger:

Militaire formaties en vrijwilligers:

Externe staten en entiteiten:

Politici:
Slovenië

Kroatië

Bosnië en Herzegovina

Servië

Kosovo

Macedonië

Montenegro

Top militaire commandanten:

Andere belangrijke commandanten: